Visit our other shop, Dare 2 Wear

Hygiene

In Holland we are dealing with a very serious health inspection department called the GGD. They come and give you permission to work after showing you are working according to their (very detailed) standards. Below you can find 2 websites that explain exactly how and a summary of it all below that. If you have questions about this you can always contact us or the GGD.

Professional Hygiene
Most people have to be made conscious about cross-contamination. Because it affects almost all common actions (open a door, moving the bed, holding the phone, closing a drawer, taking a mirror), bacteria can spread easily and infect others without realizing. Usually dirty or contaminated hands or contaminated gloves cause cross-contamination. During or after a tattoo/piercing, the artist should not touch anything else than the tattoo tools used for this tattoo/piercing. Everything else should be covered with some protective sheet of plastic or paper (set-up table space) or the artist has to take off his gloves before touching this (scissors, tape, paper, phone, pen, etc). we have been trained in for importance of hygiene and are fully aware of cross-contamination.

Personal hygiene
The person being tattooed/pierced should not touch the tattoo/piercing nor the skin around it, and if done this, will have to wash his/her hands immediately after (not touching the waterhandles with dirty hands but with a paper towel for instance). Check for yourself how clean you are and how clean the artist is working. Since a tattoo/piercing usually takes weeks and some months to heal, you will have to be extra conscious about your own cross-contamination; don`t touch your hair and then your tattoo/piercing. Don`t touch your tattoo/piercing anyway, except for cleaning it, with clean hands. Dirty nails, especially long nails can easily cause an infection when touching it.

Aftercare sheet
After being tattooed/pierced we will first explain you how to take care of it and what to pay attention to. And we will give you an after-carepaper where all cleaning and careinformation is written down for your tattoo or piercing to heal well. You can find the aftercare for tattoos in the TATTOO page and the piercings aftercare in the PIERCING page.

Of course we are very aware of hygiene and of cross-contamination. The shop is considered to be very responsible and serious about it. And we always try to stay openminded for new developments and new Id`s.

GDD tattoo hygiene information

GDD piercing hygiene information

Hygiënevoorschriften voor tatoeëren en piercen
(Warenwetbesluit tatoeëren en piercen)

Achtergrond
De populariteit van tatoeages en piercings is de laatste jaren in brede groepen van de samenleving toegenomen. In Nederland hebben naar schatting 840.000 personen van 12 jaar en ouder (6 %) één of meerdere tatoeages en 5,1 miljoen personen van 12 jaar en ouder (37 %) één of meerdere piercings (C. Stam en W. Schoots, Tatoeages en piercings, een analyse van OBiN-gegevens, Stichting Consument en Veiligheid, april 2005). Bij tatoeages moet ook worden gedacht aan cosmetische tatoeages. Deze cosmetische tatoeages zijn onder te verdelen in enerzijds permanente make-up (PMU), zoals het aanbrengen van lipcontouren, eyeliners en wenkbrauwen, en anderzijds het camoufleren van huidaandoeningen, zoals littekens en hyperpigmentatie. Ook bij postoperatieve reconstructies speelt tatoeëren een steeds grotere rol. Het tatoeëren van een tepel na een borstreconstructie is een bekende behandeling. Tot voor kort werden geen eisen gesteld aan de gebruikte tatoeagekleurstoffen. Het kwam dan ook voor dan mensen werden getatoeëerd met balpeninkt of autolak.

Veiligheid van tatoeagekleurstoffen
In september 2001 heeft de Keuringsdienst van Waren (KvW) een onderzoek uitgevoerd naar de chemische en microbiologische veiligheid van kleurstoffen die worden gebruikt in tatoeageshops en schoonheidssalons. Hieruit bleek dat in 18 % van de genomen kleurstofmonsters sprake is van microbiologische besmetting en eveneens in 18 % van de monsters werden carcinogene aromatische aminen aangetroffen. Deze resultaten zijn de aanleiding geweest voor de totstandbrenging van het Warenwetbesluit tatoeagekleurstoffen. In september 2003 is dit besluit in het Staatsblad gepubliceerd (Stb. 2003, 342). Het besluit stelt eisen aan de microbiologische en chemische veiligheid van kleurstoffen die gebruikt worden bij het aanbrengen van tatoeages en permanenten make-up (PMU). Het onderzoek van de KvW wees echter ook uit dat de werkwijze (gebrek aan hygiëne) een bepaalde rol speelt in de besmetting van de kleurstofmonsters. In het advies van de Raad van State over het Warenwetbesluit tatoeagekleurstoffen (advies van 14 juli 2003, nr. W13.03.0152/III) signaleert de Raad dat het besluit zich alleen richt op het verhandelen van de kleurstoffen, terwijl de werkwijze een bepaalde rol speelt in de besmetting van de kleurstofmonsters. De Raad meent dat hygiënisch werken zo snel mogelijk gereguleerd moet worden. Hij adviseert daarvoor een wettelijke grondslag te creëren. Het Warenwetbesluit tatoeagekleurstoffen is destijds in het Regulier Overleg Warenwet (ROW) besproken. Tijdens dit ROW kwam naar voren dat het belang van hygiënisch werken bij tatoeëren en piercen zeer groot is. Met het van kracht worden van het Warenwetbesluit tatoeëren en piercen wordt het hygiënisch werken wettelijk geregeld.

HYGIËNISCH WERKEN BIJ TATOEËREN EN PIERCEN
Hygiëne is zowel bij het aanbrengen van tatoeages als bij het aanbrengen van piercings van groot belang. Onhygiënisch werken brengt zowel bij piercen als tatoeëren ernstige gevaren voor de volksgezondheid met zich mee (infecties, hepatitis B en C en HIV). Gezien de ernst van de gezondheidseffecten en de hoge blootstelling aan het gevaar is preventie noodzakelijk. Ten aanzien van het hygiënisch werken bij het aanbrengen van tatoeages en piercings is het van belang dat er landelijk overal dezelfde hygiënevoorschriften in acht worden genomen. Op dit moment wordt in een enkele gemeente (zoals Amsterdam) in een gemeenteverordening bepaald dat ondernemers zich dienen te houden aan de hygiënevoorschriften vastgesteld door de gemeente (raadsbesluit van 13 mei 1987, nr. 800, Gemeenteblad 1987, afd. 3 volgnr. 55).

De GGD houdt in die situatie toezicht op de naleving van die voorschriften. De praktijk is dat in de ene gemeente volgens bepaalde (per gemeente verschillende) hygiënevoorschriften wordt gewerkt terwijl in een andere gemeente dergelijke voorschriften niet eens bestaan. Met het Warenwetbesluit tatoeëren en piercen wordt hygiënisch werken in deze branche landelijk hetzelfde ingevuld.

Kennis over de manier waarop hygiënisch gewerkt moet worden, is vooral bij GGD’en aanwezig. In de Wet collectieve volksgezondheid is de technische hygiëne omschreven als een basistaak van gemeenten. Gezien deze kennis heeft de wetgever besloten de GGD een rol te laten spelen bij toezicht op de naleving van hygiënevoorschriften bij het aanbrengen van tatoeages en piercings.

HET WARENWETBESLUIT TATOEËREN EN PIERCEN
Het besluit stelt twee eisen aan de ondernemer. Ten eerste moet de ondernemer over een vergunning van de Minister van VWS beschikken. Ten tweede moet de ondernemer hygiënisch werken zodat er geen gevaar ontstaat voor de veiligheid of gezondheid van de mens. Hieronder worden de twee eisen nader toegelicht.

De vergunning zal gebonden zijn aan de inrichting waar de materialen worden gebruikt. Op dit onderdeel zal gebruik worden gemaakt van de expertise waarover de GGD’en beschikken. De GGD’en in Nederland zullen de vergunningverlening onder mandaat uit voeren. In het kader van de vergunningaanvraag stelt de GDD een onderzoek in naar de vraag of er gronden zijn om aan te nemen dat de ondernemer niet aan de wettelijke voorschriften zal voldoen. Er zal door de GGD-ambtenaar een bezoek aan de tatoeage/piercingshop, de schoonheidsspecialist of andere ondernemingen waar deze handelingen worden verricht worden afgelegd.

Indien de GGD constateert dat de ondernemer niet aan de wettelijke voorschriften zal voldoen, bijvoorbeeld omdat de situatie zodanig is dat niet verwacht zal worden dat in die inrichting veilig zal worden gewerkt, wordt de vergunning geweigerd. Bij ministeriële regeling wordt nader uitgewerkt waar de vergunning moet worden aangevraagd, hoe lang deze geldig is enz. Een ondernemer die zijn activiteiten als tatoeëerder of piercer uitoefent zonder vergunning, is in overtreding. De VWA controleert of de ondernemers over een vergunning beschikken en legt waar nodig maatregelen op.

De vergunning zal gebonden zijn aan de ruimte waarin de activiteiten plaatsvinden. Dat betekent dat een tatoeëerder of piercer zich buiten die vestiging niet mag ontplooien, dus ook niet op beurzen, conventies en andere evenementen. Artikel 16, tweede lid, van de Warenwet, biedt echter de mogelijkheid voor dit soort evenementen een ontheffing te verlenen. Er kan dan ontheffing van de vergunningverplichting worden verleend, doch de veiligheidsvoorschriften zullen onverkort van toepassing zijn. Voor beurzen waar door de deelnemers niet volgens de vereiste veiligheidsregels gewerkt zal kunnen worden, zal geen ontheffing kunnen worden verleend.

Bovenstaande houdt tevens in dat indien een tatoeëerder of piercer zijn activiteiten op meerdere locaties uitvoert, voor elke locatie een vergunning moet worden aangevraagd. De tweede eis behelst dat de ondernemer veilig moet werken. De ondernemer wordt geacht veilig te werken indien hij werkt volgens een aangewezen veiligheidscode. De Minister van VWS zal veiligheidscodes aanwijzen. In deze codes worden onder meer eisen gesteld aan de personen die de handelingen verrichten, de instrumenten en de werkomgeving. Het Landelijk Centrum Hygiëne en Veiligheid (LCHV) heeft vier veiligheidscodes opgesteld:

  • veiligheidscode voor piercen
  • veiligheidscode voor tatoeëren
  • veiligheidscode voor personen die gaatjes prikken in oorlellen, het vlakke gedeelte van het kraakbeen van het oor en de neusvleugels met behulp van een in de richtlijn genoemd piercinginstrument
  • veiligheidscode voor cosmetische tatoeages en permanente make-up

Deze vier veiligheidscodes zullen door de Minister van VWS worden aangewezen. Betreffende veiligheidscodes zijn te downloaden van de internetsite van het Landelijk Centrum Hygiëne en Veiligheid (www.ggdkennisnet.nl/lchv).

Het Warenwetbesluit tatoeëren en piercen is als volgt opgebouwd:

In Artikel 1 wordt een aantal algemene definities gegeven. Er staan o.a. definities in van tatoeëren, piercing, piercen en piercingmateriaal. Op grond van de definitie van het begrip tatoeëren worden cosmetische tatoeages (PMU, het camoufleren van huidaandoeningen en postoperatieve reconstructies) gezien als een specifieke vorm van tatoeëren.

Daarnaast wordt in artikel 1 een uitzondering gemaakt indien tatoeagematerialen door een arts worden gebruikt in een op grond van artikel 5 van de Wet toelating zorginstellingen toegelaten instelling. Deze bepaling maakt het mogelijk dat artsen in ziekenhuizen tatoeagematerialen kunnen gebruiken zonder dat daarvoor een vergunning is vereist. De hygiënevoorschriften blijven wel onverkort van kracht. In de praktijk begeven tatoeëerders zich op incidentele basis naar een ziekenhuis om bijvoorbeeld in het kader van een postoperatieve reconstructie een tatoeage aan te brengen. In dit geval is een vergunning wel verplicht, omdat het niet om een arts gaat, maar om een tatoeëerder die met zijn eigen materialen en kleurstoffen werkt.

Artikel 2 is een verbodsartikel. Volgens dit artikel is het verboden te handelen in strijd met de voorschriften gesteld bij of krachtens artikel 3 en artikel 6 van het Warenwetbesluit tatoeëren en piercen. In Artikel 3 wordt gesteld dat het verboden is om te tatoeëren en te piercen zonder vergunning. Een uitzondering op de vergunningverplichting is gemaakt voor ondernemers die uitsluitend gaatjes prikken in de oorlel, b.v. bij de juwelier. Onverlet de vrijstelling van een vergunning, zijn deze ondernemers echter wel gehouden aan de hygiënevoorschriften zoals opgenomen in de van toepassing zijnde hygiënerichtlijn. Worden er bij de juwelier ook gaatjes geprikt in het vlakke gedeelte van het kraakbeen van het oor en/of de neusvleugels, dan geldt ook hier dat het verboden is deze werkzaamheden uit te voeren zonder vergunning.

Artikel 4 Bij of krachtens dit artikel wordt de aanvraag van de vergunning geregeld. De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport zal zich, alvorens hij ten aanzien van de vergunning een besluit neemt, zich ervan vergewissen of er een gegronde reden bestaat om aan te nemen dat de ondernemer niet zal voldoen aan de gestelde voorschriften. De mandatering van de bevoegdheden tot vergunningverlening aan de GGD’en bewerkstelligt dat de vereiste expertise beschikbaar is om de aanvraag te kunnen beoordelen.

Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport stelt, in overeenstemming met Onze minister van Economische Zaken, ten aanzien van de vergunningaanvraag nadere regels. Deze regels hebben in ieder geval betrekking op:
a. de geldigheidsduur van de vergunning;
b. de hoogte van de retributie;
c. de wijze en de termijn waarop de vergunning wordt aangevraagd;
d. de inhoud van de aanvraag;
e. de intrekking van de vergunning;
f. de registratie van de vergunning;
g. de activiteiten waarvoor de vergunning wordt verleend;

In Artikel 5 wordt aangegeven dat de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport de bevoegdheid heeft een vergunning in te trekken indien een ondernemer zich niet aan de wettelijke verplichtingen of aan de vergunningvoorwaarden houdt. In het laatste geval kan bijvoorbeeld gedacht worden aan de situatie dat een ondernemer de hygiëneregels overtreedt, maar ook wanneer hij in strijd met de leeftijdsbepalingen, zijn diensten aanbiedt aan jeugdigen

Artikel 6 geeft aan dat materialen zodanig moeten worden gebruikt dat geen gevaar kan ontstaan voor de veiligheid of gezondheid van de mens. Ook moet de ruimte waarin de materialen worden gebruikt geen gevaar voor de veiligheid en de gezondheid van de mens opleveren en worden eisen gesteld aan de personen die de materialen gebruiken. Tevens is in dit artikel bepaald dat de ondernemer zorg draagt voor onder meer de informatievoorziening over de mogelijke gevolgen verbonden aan het aanbrengen van een tatoeage of piercing.

In Artikel 7 is vermeld dat Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport veiligheidscodes kan aanwijzen die als leidraad kunnen dienen voor de naleving van artikel 6. Artikel 8 geeft de mogelijkheid om af te wijken van de veiligheidscode. Indien de ondernemer gebruik maakt van een aangewezen veiligheidscode en ook handelt volgens de voorschriften in die code, dan voldoet de ondernemer aan de voorschriften van artikel 6. Een ondernemer die niet blijkt te handelen volgens de voorschriften in die veiligheidscode, zal alsnog ten overstaan van de toezichthoudende ambtenaar aannemelijk moeten maken dat zijn bedrijfsvoering en de door hem gehanteerde werkwijze voldoet aan de bij of krachtens artikel 6 gestelde voorschriften.

Artikel 9 is een uitwerking van artikel 24, derde lid, onderdeel b en c, van de Warenwet. In artikel 9 wordt ingegaan op de wijze waarop personen worden geïnformeerd over de mogelijk gevolgen verbonden aan het aanbrengen van een tatoeage of piercing, zoals situaties waarin het aanbrengen van een tatoeage of piercing wordt afgeraden en de nazorg van een tatoeage of piercing. Tevens is gesteld dat de ondernemer beschikt over relevante documenten, zodat deze informatie schriftelijk aan de klant kan worden meegegeven.

Artikel 10 benoemt een drietal uitzonderingsgevallen voor het zetten van een tatoeage of piercing bij kinderen tussen 12 en 16 jaar.

Artikel 11 Aan overtreders van warenwettelijke voorschriften wordt in de regel een bestuurlijke boete opgelegd, als vastgesteld in het Warenwetbesluit bestuurlijke boeten. In artikel 11 wordt de hoogte van de boete vastgelegd.

Artikel 12 vermeldt een overgangsbepaling na inwerkingtreding van het besluit. Bij de inwerkingtreding van het besluit is er rekening mee gehouden dat bestaande ondernemers zich moeten kunnen voorbereiden op de nieuwe regels. Dit artikel zorgt ervoor dat ondernemers die tijdig na inwerkingtreding van dit besluit, een aanvraag indienen, hun bedrijf kunnen continueren gedurende de tijd dat de aanvraag in behandeling is. Het brengt met zich mee dat, indien de vergunning door de minister wordt geweigerd, de ondernemer zijn activiteiten moet staken. Een mogelijkheid tegen de weigering ingediend bezwaar heeft namelijk geen schorsende werking (artikel: 16 Algemene wet bestuursrecht). Ook hier geldt overigens dat de ondernemer, ook al hoeven zij op grond van deze overgangsbepaling nog niet over een vergunning te beschikken, uiteraard wel de hygiënevoorschriften in acht moeten nemen.

LEEFTIJDGRENZEN
Afgezien van het aanbrengen van een piercing in de oorlel, is het verboden om een piercing of tatoeage aan te brengen bij kinderen onder de twaalf jaar. Boven de zestien zijn kinderen vrij te beslissen over het laten aanbrengen van een tatoeage of piercing. In de leeftijd tussen twaalf en zestien jaar, mag een tatoeage of piercing bij een kind slechts worden aangebracht indien de ouders daarmee instemmen. Zij moeten daarvan blijk geven door hun kind naar de tatoeage- of piercingshop te vergezellen. Uitzonderingen hierop staan in artikel 10 van het Warenwetbesluit tatoeëren en piercen. In de leeftijd tussen de 12 en 16 jaar mag:
1. bij meisjes geen tepelpiercing worden aangebracht.
2. geen genitale piercing worden aangebracht.
3. geen tatoeage worden aangebracht op het hoofd, de hals, de polsen of handen.

Het is de verantwoordelijkheid van de ondernemer om deze leeftijdgrenzen in acht te nemen. Bij het niet voldoen kan dit namelijk intrekking van de vergunning tot gevolg hebben.

INSPECTIES DOOR DE VWA
Na het van kracht worden van het Warenwetbesluit tatoeëren en piercen zal de Voedsel en Waren Autoriteit (VWA) dit besluit handhaven. Dit betekent dat controleurs en productdeskundigen van de VWA tatoeageshops, piercingstudio’s, schoonheidssalons en juweliers inspecteren. Tijdens een inspectie wordt gekeken of de ondernemer beschikt over een geldige vergunning (met uitzondering van de ondernemers die alleen de oorlellen piercen).

Indien er overtredingen geconstateerd worden, neemt de VWA volgens standaard procedures maatregelen.

Conform het Warenwetbesluit bestuurlijke boeten kan dit voor elke geconstateerde overtreding o.a. resulteren in een boetebedrag van respectievelijk: €450 voor bedrijven met 50 of minder medewerkers en €900 voor bedrijven met meer dan 50 werknemers. Wanneer een overtreding geconstateerd is, volgt na enige tijd een herinspectie.

RESUMÉ

  • Het Warenwetbesluit tatoeëren en piercen is van toepassing op alle activiteiten op het gebied van tatoeëren (inclusief PMU, het camoufleren van huidaandoeningen en postoperatieve reconstructies) en piercen. Ten behoeve van de verschillende vakgroepen zijn aparte veiligheidscodes opgesteld:
    • tatoeëerders veiligheidscode voor tatoeëren
    • piercers veiligheidscode voor piercen
    • schoonheidsspecialiste(n)(s) veiligheidscode voor permanente make-up
    • juweliers veiligheidscode voor personen die gaatjes prikken in oorlellen, het vlakke gedeelte van het kraakbeen van het oor en de neusvleugels met behulp van een in de richtlijn genoemd piercinginstrument
    • Afhankelijk van de werkzaamheden die worden verricht, kunnen voor de ondernemer meerdere van bovenstaande codes van toepassing zijn.
  • Voor het uitvoeren van werkzaamheden op het gebied van piercen en tatoeëren is een vergunning verplicht. Per locatie waar deze werkzaamheden worden verricht dient een aparte vergunning te worden aangevraagd.
  • Indien uitsluitend gaatjes worden geprikt in de oorlel, dan is geen vergunning vereist. Dit moet dan wel gebeuren volgens de veiligheidscode.
  • De vergunning moet worden aangevraagd bij de GGD; zie de bijlage voor adressen van GGD’en in Nederland, of kijk op www.ggd.nl Bij het verzoek duidelijk aangeven voor welke activiteiten de vergunning wordt aangevraagd, alsmede uw adresgegevens (locatie waar de betreffende activiteiten plaatsvinden).
  • Bestaande ondernemers die tijdig, dat wil zeggen, gedurende de eerste twee maanden na inwerkingtreding van het besluit, een aanvraag indienen, kunnen hun bedrijf continueren gedurende de tijd dat de aanvraag in behandeling is. Startende ondernemers, of bestaande ondernemers die niet tijdig een aanvraag indienen, mogen pas beginnen met hun activiteiten nadat een vergunning is
    verleend.
  • Door de GGD zal een onderzoek uitgevoerd worden om te beoordelen of al dan niet wordt voldaan aan de voorschriften. De tijdsbesteding van de GGD zal per ondernemer verschillen. Zo heeft de GGD meer tijd nodig voor een tatoeëerder waar ook nog piercings worden geplaatst dan voor een schoonheidsspecialist. Het LCHV heeft voor de verschillende ondernemers gemiddeld de volgende tijdsbestedingen geschat:
    • combinatie tatoeëren en piercen 5 uur
    • tatoeëren of piercen 4 uur
    • permanente make-up 3,5 uur
    • piercen van oor/neus 2 uur

Indien de noodzaak bestaat dat er een herinspectie moet worden uitgevoerd voor het beoordelen van eventuele verbeteracties, dan zal deze extra tijd additioneel in rekening worden gebracht door de GGD

  • Indien uit dit onderzoek blijkt dat er een gegronde reden bestaat om aan te nemen dat de ondernemer niet zal voldoen aan de gestelde voorschriften, dan wordt geen vergunning verstrekt. Afhankelijk van de ernst van de geconstateerde tekortkoming(en) wordt de ondernemer in de gelegenheid gesteld om die tekortkomingen op te lossen. Indien echter de geconstateerde tekortkoming(en) dusdanig ernstig is(zijn) dat er een direct gevaar bestaat voor de veiligheid of gezondheid van de consument, dan zal aan die onveilige situatie direct een eind gemaakt moeten worden. Door de VWA kunnen in dergelijke situaties maatregelen opgelegd worden indien de onveilige situatie blijft voort bestaan.
  • In de vergunning wordt o.a. aangegeven voor welke werkzaamheden deze van toepassing is. Indien de vergunning alleen is afgegeven voor uitsluitend tatoeëren, dan mogen er geen piercings worden
    gezet.
  • De geldigheidsduur van de vergunning voor piercen en tatoeëren is gesteld op 2 jaar. Na een perioden van 2 keer 2 jaar, zal die termijn worden gesteld op 3 jaar Voor het verstrijken van de geldigheidsduur van de vergunning moet de ondernemer opnieuw een aanvraag doen bij de GGD.
  • Voor het aanvragen van een vergunning is een retributie verschuldigd aan Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. De hoogte van deze retributie wordt mede bepaald door de tijd die de GGD nodig heeft om de aanvraag te beoordelen en het gemiddelde GGD-uurtarief. Aan de GGD’en wordt volmacht verleend om de retributies te incasseren.
  • Een arts die gebruik maakt van tatoeagematerialen in een op grond van artikel 5 van de Wet toelating zorginstellingen toegelaten instelling, is uitgezonderd van de vergunningplicht. De hygiënevoorschriften blijven wel onverkort van kracht. In de praktijk begeven tatoeëerders zich op incidentele basis naar een ziekenhuis om bijvoorbeeld in het kader van een postoperatieve reconstructie een tatoeage aan te brengen. In dit geval is een vergunning wel verplicht, omdat het niet om een arts gaat, maar om een tatoeëerder die met zijn eigen materialen en kleurstoffen werkt.

Latest Instagram

Visit Us

Spaarpotsteeg 2
1012 KS, Amsterdam
tel: +31(020)-7539652

Monday/Sunday 12.00-19.00

Sometimes it can be busy at the shop and we'd like to take enough time for everybody. If you want to get pierced, try to arrive before 18:00 hrs, to avoid any disappointments.

© Classic Ink & Mods 2016